1 Probleemanalyse 

1.1 De maatschappelijke evolutie zelf: van verleden naar heden en een inschatting van de toekomst  

Onderwijs vroeger – filosofische fundamenten  

Wanneer we kijken naar het onderwijs van vroeger, zien we dat dit sterk beïnvloed werd door verschillende filosofen en denkers, hoewel niet iedereen dit weet. Een belangrijke figuur hierin is Émile Durkheim, die onderwijs vooral zag als een middel om kinderen te socialiseren. Volgens hem moest onderwijs jongeren voorbereiden op hun rol in de samenleving door normen, waarden en discipline aan te leren. Dit verklaart waarom onderwijs vroeger sterk gestructureerd was, met veel nadruk op gehoorzaamheid, regels en kennisoverdracht. De leraar had een duidelijke autoriteitspositie en leerlingen moesten zich aanpassen aan het systeem (Durkheim, 1922; ). 

Daartegenover staat de visie van Jean-Jacques Rousseau, die net het kind centraal stelde. Hij vond dat onderwijs moest aansluiten bij de natuurlijke ontwikkeling van het kind en dat leren vooral moest gebeuren via ervaring, vrijheid en ontdekking. Rousseau was kritisch voor de invloed van de samenleving en vond dat kinderen hiertegen beschermd moesten worden (Saha & Zubrzycki, zoals geciteerd in ). 

Ook Ibn Khaldun leverde een belangrijke bijdrage door te benadrukken dat onderwijs moet aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van de leerling. Hij stelde dat leren stap voor stap moet gebeuren en dat te moeilijke leerstof kan leiden tot demotivatie. Daarnaast zag hij onderwijs als essentieel voor sociale cohesie en het voortbestaan van beschavingen (Amin et al., 2023; ). 

Samenvattend kunnen we stellen dat onderwijs vroeger gekenmerkt werd door een sterke focus op socialisatie en orde, aangevuld met eerste inzichten in kindgericht en ontwikkelingsgericht leren. Toch bleef het onderwijs grotendeels hiërarchisch en uniform, met weinig ruimte voor individuele verschillen, wat een basis kan vormen voor het ontstaan van druk. 

Onderwijs nu 

Het hedendaagse onderwijs is sterk geëvolueerd en sluit meer aan bij ideeën van denkers zoals John Dewey en Theodor Adorno. Dewey beschouwt onderwijs als een actief proces van groei en ervaring, waarbij leerlingen leren door te doen en te reflecteren. Onderwijs is volgens hem niet enkel voorbereiding op de toekomst, maar een essentieel onderdeel van het leven zelf (Dewey, 1916; ). 

Adorno legt de nadruk op het belang van kritisch denken. Onderwijs moet leerlingen helpen om zelfstandig te denken, autoriteit in vraag te stellen en weerstand te bieden tegen groepsdruk en onmenselijke systemen (Adorno, 1967; ). Deze visie is heel relevant in een tijd waarin jongeren geconfronteerd worden met sociale media, vergelijkingsdruk en hoge maatschappelijke verwachtingen. 

Vandaag zien we dat onderwijs niet langer enkel gericht is op kennisoverdracht, maar ook op het ontwikkelen van vaardigheden zoals kritisch denken, samenwerken en zelfsturing. Vanuit de visie van Biesta heeft onderwijs daarbij drie belangrijke functies. Onderwijs moet kinderen kennis en vaardigheden aanleren (kwalificatie), hen leren deelnemen aan de samenleving (socialisatie) en hen ondersteunen in de ontwikkeling van een eigen identiteit (subjectificatie). Deze functies sluiten ook aan bij artikel 29 van het Kinderrechtenverdrag, waarin gesteld wordt dat onderwijs gericht moet zijn op de volledige ontwikkeling van de persoonlijkheid, talenten en mogelijkheden van elk kind. Onderwijs heeft dus niet alleen een cognitieve opdracht, maar ook een sociale en persoonsvormende verantwoordelijkheid.   

Toch ontstaat er een spanningsveld: terwijl onderwijs meer aandacht heeft voor het individu, neemt de druk op jongeren toe. Zo ervaart 61% van de jongeren regelmatig prestatiedruk (Nederlands Jeugdinstituut, 2025) en rapporteert ongeveer 1 op de 5 Vlaamse jongeren psychische klachten (Achterhof et al., z.d.). Daarnaast tonen studies aan dat sociale media, pesten en vergelijking bijdragen aan deze druk (Mougharbel et al., 2023; VRT NWS, 2023). 

Onze visie: binnen deze evolutie van het onderwijs sluiten we deels aan bij de visie van Adorno. Zijn nadruk op kritisch denken, het in vraag stellen van autoriteit en het weerstaan van groepsdruk is bijzonder relevant in een samenleving waarin jongeren voortdurend geconfronteerd worden met verwachtingen en sociale druk. 

Toch kiezen we er bewust voor om te vertrekken vanuit de feministische zorgethiek. Deze benadering kijkt niet alleen naar hoe jongeren moeten leren omgaan met sociale druk, maar vooral naar hoe die druk ontstaat binnen relaties en sociale contexten. De zorgethiek vertrekt vanuit het idee dat mensen fundamenteel afhankelijk zijn van elkaar en dat welzijn, zorg en verbondenheid centraal moeten staan (Noddings, 2010; ). 

In tegenstelling tot Adorno, die vooral focust op kritisch bewustzijn en denken, legt de zorgethiek de nadruk op het relationele en emotionele aspect. Ze biedt concrete handvaten om sociale druk te begrijpen als een gedeeld probleem en niet als een individuele uitdaging. Onderzoek toont bovendien aan dat sociale steun een belangrijke beschermende factor is voor het mentaal welzijn van jongeren (Kleinjan et al., 2020; Stea et al., 2024). 

Daarom kiezen wij voor de feministische zorgethiek, omdat deze niet alleen inzicht geeft in sociale druk, maar ook richting biedt voor een meer zorgzame en ondersteunende onderwijspraktijk. 

Toekomst 

Wanneer we vooruitkijken naar de toekomst van het onderwijs, is het duidelijk dat de invloed van sociale media alleen maar zal toenemen. Jongeren groeien op in een wereld waarin ze voortdurend online verbonden zijn en waarin vergelijking, zichtbaarheid en bevestiging van anderen een grote rol spelen. Sociale media versterken de neiging om zichzelf te vergelijken en te voldoen aan bepaalde verwachtingen (Xu et al., 2023). 

Onderzoek toont aan dat intensief gebruik van sociale media samenhangt met een verhoogd risico op psychische klachten zoals stress en depressieve gevoelens (Mougharbel et al., 2023). 

Scholen zullen daarom niet alleen een plaats zijn waar kennis en vaardigheden worden aangeleerd, maar ook een omgeving waar leerlingen leren omgaan met digitale invloeden, zelfbeeld en sociale verwachtingen. Digitale geletterdheid zal dus niet enkel technisch zijn, maar ook sociaal en emotioneel. 

Tegelijk ontstaat er een risico dat onderwijs nog meer prestatiegericht wordt. Onderzoek toont dat prestatiedruk de laatste jaren sterk is toegenomen en samenhangt met stress, faalangst en perfectionisme (Kleinjan et al., 2020; Mesens, 2019). 

Vanuit deze toekomstvisie wordt duidelijk dat een benadering zoals de feministische zorgethiek nog relevanter wordt. In een wereld waarin sociale druk steeds sterker aanwezig is, biedt deze visie een tegengewicht door te focussen op relaties, zorg en het creëren van een veilige leeromgeving. Onderwijs zal dus niet alleen moeten inspelen op technologische evoluties, maar ook bewust moeten werken aan het beschermen en versterken van het welzijn van jongeren. 

 1.2 De invloed van de evolutie op de ontwikkeling van kinderen 

De evolutie van de samenleving heeft een duidelijke invloed op de ontwikkeling van kinderen en jongeren. In vergelijking met vroeger groeien zij op in een context die complexer, sneller en veeleisender is. Jongeren worden vandaag geconfronteerd met meerdere vormen van druk tegelijk, zoals sociale verwachtingen, prestatiedruk en digitale invloeden, die elkaar versterken en hun ontwikkeling beïnvloeden (Huijsmans, 2018; Kleinjan et al., 2020). 

Een belangrijke verandering is de toegenomen rol van sociale media. Jongeren staan voortdurend in contact met anderen en vergelijken zichzelf frequent met leeftijdsgenoten en online ideaalbeelden. Dit proces van constante vergelijking kan leiden tot onzekerheid, een negatief zelfbeeld en een verhoogde gevoeligheid voor sociale druk (Psycholoog.nl, z.d.). Onderzoek toont aan dat deze druk samenhangt met hogere niveaus van stress, angst en depressieve gevoelens, vooral bij jongeren die intensief gebruik maken van sociale media (Mougharbel et al., 2023; Xu et al., 2023). 

Daarnaast speelt prestatiedruk een steeds grotere rol in de ontwikkeling van jongeren. Jongeren ervaren druk om te voldoen aan verwachtingen van zichzelf en hun omgeving, wat kan leiden tot stress, faalangst en perfectionisme (Nederlands Jeugdinstituut, 2025; Mesens, 2019). Deze druk heeft niet alleen invloed op hun gedrag, maar ook op hun emotionele ontwikkeling en welzijn. Zo blijkt dat ongeveer één op de vijf jongeren psychische klachten ervaart, zoals somberheid of angst (Achterhof et al., z.d.). Bovendien tonen studies aan dat mentale problemen zoals depressieve gevoelens en sociale angst de laatste jaren zijn toegenomen (Borg et al., 2024). 

Deze ontwikkelingen kunnen ook verschillende kinderrechten onder druk zetten. Zo kan aanhoudende stress de vrije ontwikkeling van kinderen bemoeilijken en hun recht op welzijn aantasten. Wanneer kinderen zich voortdurend onzeker voelen of bang zijn om fouten te maken, kan dit hun participatie in de klas en in sociale situaties beperken. 

Ook sociale relaties spelen een belangrijke rol. De evolutie van de samenleving heeft geleid tot nieuwe vormen van interactie, maar ook tot meer risico op uitsluiting. Pesten en cyberpesten komen vaker voor en hebben een sterke impact op het welzijn van jongeren (VRT NWS, 2023). Dit maakt sociale inclusie een cruciale factor in de ontwikkeling van kinderen. Jongeren die zich niet geaccepteerd voelen of uitgesloten worden, hebben een grotere kans op negatieve mentale uitkomsten, zoals depressieve klachten en een laag zelfbeeld (Stea et al., 2024). 

Tegelijk toont onderzoek aan dat sociale inclusie en verbondenheid beschermende factoren zijn. Jongeren die zich gesteund voelen door hun omgeving, zoals vrienden en familie, ontwikkelen meer veerkracht en een positiever zelfbeeld (Kleinjan et al., 2020). Dit benadrukt dat ontwikkeling niet enkel individueel is, maar sterk afhankelijk van sociale contexten en relaties. 

Gezinnen worden dus beïnvloed door deze maatschappelijke evolutie. Ouders worden geconfronteerd met verwachtingen rond opvoeding, schoolprestaties en digitaal mediagebruik. Daarnaast spelen zij een belangrijke rol in het ondersteunen van het welzijn van kinderen. Onderzoek toont aan dat kinderen die positieve steun ervaren van ouders beter beschermd zijn tegen de negatieve gevolgen van sociale druk en sociale vergelijking (Kleinjan et al. 2020). Hierdoor wordt duidelijk dat sociale druk niet alleen een invloed heeft op kinderen zelf, maar op de bredere opvoedingscontext waarin zij opgroeien.  

Internationale studies bevestigen deze evolutie. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ervaren jongeren steeds meer druk en psychische klachten, vooral in combinatie met een afname van ervaren sociale steun (World Health Organization, 2024). Wanneer jongeren onvoldoende steun ervaren, neemt het risico op ernstige mentale problemen, zoals angst en depressie, toe. 

Samenvattend kunnen we stellen dat de evolutie van de samenleving heeft geleid tot een ontwikkelingscontext waarin kinderen en jongeren worden blootgesteld aan meer en complexere vormen van druk. Deze beïnvloeden hun zelfbeeld en emotionele ontwikkeling. Tegelijk blijkt dat sociale inclusie en steun een belangrijke rol spelen in het beschermen van hun welzijn en het bevorderen van een gezonde ontwikkeling.

1.3 De invloed en verbindingen van de evolutie met het onderwijs 

De recente maatschappelijke evoluties hebben een duidelijke impact op het onderwijs en de rol die scholen spelen in het leven van kinderen en jongeren. De stijgende sociale druk, afkomstig uit meerdere domeinen zoals gezin, leeftijdsgenoten, sociale media en maatschappelijke verwachtingen, manifesteert zich sterk binnen de onderwijscontext. Scholen zijn niet alleen plekken voor kennis, maar voor sociale interactie, zelfontwikkeling en prestatie. Hierdoor vormen ze een cruciale schakel in de manier waarop jongeren druk ervaren en verwerken.  

Een eerste belangrijke evolutie is de toename van de prestatiedruk binnen het onderwijs. Jongeren worden steeds vaker geconfronteerd met toetsen, deadlines en verwachtingen rond prestaties. Dit creëert een competitieve omgeving waarin leerlingen niet alleen moeten voldoen aan externe verwachtingen, maar ook aan hun eigen hoge eisen. Onderzoek toont aan dat schooldruk een belangrijke bron van stress is en een negatieve invloed kan hebben op het welzijn van jongeren (Universiteit Gent, 2022; Solidaris Vlaanderen, 2024). 

Daarnaast speelt sociale vergelijking een grote rol binnen het onderwijs. Leerlingen vergelijken hun prestaties, gedrag en succes met anderen, zowel in de klas als via sociale media. Dit kan leiden tot onzekerheid, faalangst en verminderde motivatie, vooral bij jongeren met een kwetsbaarder zelfbeeld (AXA & Trendwolves, 2023). Het onderwijs neemt hierbij een dubbele positie in; het kan deze druk versterken, maar ook een context bieden waarin leerlingen ondersteund worden.  

Dit heeft rechtsreeks invloed op de drie doeldomeinen van Biesta. Een hoge prestatiedruk kan het leerproces en dus de kwalificatiefunctie van onderwijs bemoeilijken. Sociale vergelijking en groepsdruk kunnen de socialisatie beïnvloeden doordat sommige leerlingen zich minder verbonden voelen met de klasgroep. Daarnaast kan de voortdurende druk om te voldoen aan verwachtingen de subjectificatie onder druk zetten, omdat kinderen minder ruimte ervaren om zichzelf te ontwikkelen en eigen keuzes te maken.  

Tegelijk biedt deze maatschappelijke evolutie ook kansen. De digitale leefwereld van kinderen creëert mogelijkheden om mediawijsheid, kritisch denken en digitale vaardigheden verder te ontwikkelen. Scholen kunnen deze context benutten om leerlingen bewust te leren omgaan met sociale media, online communicatie en sociale vergelijking.  

Ook veranderingen in de bredere samenleving hebben invloed op het onderwijs. Zo ervaren scholen dat niet alle leerlingen dezelfde mate van ondersteuning krijgen vanuit hun thuisomgeving. Leerlingen met minder sociale steun of kwetsbare situaties hebben vaak meer moeite om met druk om te gaan. Internationale studies tonen aan dat sociale steun een belangrijke beschermende factor is en dat scholen hierin een compenserende rol kunnen spelen (World Health Organization, 2024).   

Tot slot kan het onderwijs zelf zowel een versterkende als verzachtende rol spelen in het omgaan met sociale druk. Een sterke focus op prestaties, competitie en gestandaardiseerde evaluatie kan de druk verhogen. Daartegenover kunnen leeromgevingen die inzetten op samenwerking, persoonlijke groei, welzijn en sociale inclusie bijdragen aan het verminderen  van stress en het versterken van veerkracht bij leerlingen.  

Concluderend kunnen we stellen dat de stijgende sociale druk een belangrijke invloed heeft op zowel de ontwikkeling van kinderen als op de werking van onderwijs. De evolutie brengt uitdagingen met zich mee op het vlak van welzijn, zelfbeeld en participatie, maar creëert tegelijk kansen om sterker in te zetten op mediawijsheid, kritisch denken en sociale verbondenheid. Hierdoor wordt duidelijk dat onderwijs vandaag niet alleen kennis moet overdragen, maar ook een belangrijke rol speelt in het ondersteunen van de brede ontwikkeling van kinderen, zoals omschreven in de doeldomeinen van Biesta en de doelstellingen van artikel 29 van het Kinderrechtenverdrag.  

2. Probleemstelling en onderzoeksvraag 

Onderzoeksvraag:  

Welke rol spelen sociale media in de sociale druk die jongeren ervaren en hoe kunnen leerkrachten hiermee omgaan om hun zelfvertrouwen te verhogen? 

Probleemstelling: 

Kinderen groeien vandaag op in een samenleving waarin sociale druk steeds meer aanwezig is. Al op jonge leeftijd worden zij geconfronteerd met verwachtingen vanuit hun omgeving, zoals verwachtingen van leeftijdsgenoten, ouders, school en de samenleving. Daarnaast komen kinderen steeds vroeger in contact met digitale media, online content en maatschappelijke ideaalbeelden. Hoewel niet elk kind actief gebruikmaakt van sociale media, beïnvloeden deze wel de leefwereld van kinderen via familieleden, vrienden, online video’s en trends.  

Een belangrijke vorm van sociale druk ontstaat vanuit de behoefte om erbij te horen. Kinderen vergelijken zichzelf met anderen, willen geaccepteerd worden door hun leeftijdsgenoten en proberen te voldoen aan wat binnen een groep normaal of wenselijk wordt beschouwd. Wanneer kinderen het gevoel hebben dat zij verschillen van anderen of niet voldoen aan bepaalde verwachtingen, kan dit leiden tot onzekerheid, een verminderd zelfbeeld en gevoelens van uitsluiting. Sociale inclusie speelt daarom een belangrijke rol in het welzijn en de ontwikkeling van kinderen.  

Onderzoek toont aan dat sociale vergelijking, groepsdruk, prestatiedruk en gevoelens van uitsluiting een negatieve invloed kunnen hebben op het zelfvertrouwen en het mentaal welzijn van kinderen. Tegelijk blijkt dat positieve relaties, verbondenheid en sociale steun belangrijke beschermende factoren vormen. Kinderen die zich geaccepteerd voelen binnen hun klasgroep en ondersteund worden door belangrijke volwassenen ontwikkelen doorgaans meer veerkracht en een positiever zelfbeeld.  

Deze evolutie heeft ook gevolgen voor het onderwijs. Scholen worden steeds vaker geconfronteerd met kinderen die worstelen met onzekerheid, faalangst, sociale vergelijking of moeilijkheden binnen sociale relaties. Hierdoor krijgt onderwijs niet alleen de opdracht om kennis en vaardigheden aan te leren, maar ook om bij te dragen aan het welzijn, de sociale ontwikkeling en de inclusie van alle leerlingen. Dit sluit aan bij de visie van Biesta, die onderwijs beschrijft vanuit drie doeldomeinen; kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. Naast het verwerven van kennis moeten kinderen leren samenleven met anderen en zich ontwikkelen tot zelfstandige personen met een eigen identiteit. Leerkrachten spelen hierin een belangrijke rol doordat zij een klasomgeving kunnen creëren waarin kinderen zich veilig, gehoord, gewaardeerd en betrokken voelen.  

Daardoor blijft de vraag bestaan hoe onderwijs kan bijdragen aan het versterken van het zelfvertrouwen, de veerkracht en de sociale inclusie van leerlingen in een samenleving waarin sociale druk steeds nadrukkelijker aanwezig is. Deze vraag sluit ook aan bij artikel 29 van het Kinderrechtenverdrag, waarin wordt gesteld dat onderwijs gericht moet zijn op de volledige ontwikkeling van de persoonlijkheid, talenten en mogelijkheden van elk kind. Wanneer sociale druk leidt tot onzekerheid, uitsluiting of een verminderd welbevinden, kan dit deze brede ontwikkelingsdoelstellingen moeilijker maken.  

Daarom is het belangrijk te onderzoeken hoe scholen en leerkrachten kinderen kunnen ondersteunen zodat zij zich niet alleen cognitief, maar ook sociaal en persoonlijk optimaal kunnen ontwikkelen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb